Na vorig jaar en dit jaar de Chouffe trail te hebben gelopen, dacht ik een aardig idee te hebben van wat te verwachten bij mijn eerste Trail des Fantômes. Niet dus.
Dit weekend staan er 2 afstanden op de planning; 55K met 2120d+ op zaterdag en 35K met 1380d+ op zondag. Zoals gebruikelijk kunnen de avond ervoor de startnummers voor beide dagen al worden opgehaald. Ik maak daar altijd graag gebruik van om ’s ochtends niet in een vaak lange rij te hoeven aansluiten. Vanaf het hotel is het 12 minuten rijden naar de startlocatie. 5 minuten later rijd ik alweer terug met 2 startnummers en 2 toffe tassen die ik er bij heb gekregen.

Zaterdag
De start is vandaag om 7 uur. Gisteravond heb ik al mijn spullen klaargelegd. Deze ochtend is het eten, koffie en thee drinken, douchen, waterflessen vullen en hopelijk effectief naar de WC gaan. Misschien iets teveel informatie, maar iedereen die hardloopt weet hoe belangrijk dat is. De wekker gaat daarom om 5 uur al.
Na het hele ochtendritueel te hebben afgehandeld rijd ik rond kwart over 6 richting de start. Geen overbodige luxe, want daar aangekomen is het behoorlijk druk. Er staat een flinke rij auto’s.

Gelukkig heb ik mijn startnummers al. Degenen die dat nog niet hebben, of nog een toiletbezoekje willen doen, en het geluk hebben een chauffeur te hebben, stappen uit de auto en warmen zich alvast op met een sprintje richting de start. Naast de weg is een weide met een kudde koeien. Die weten niet wat ze meemaken op dit vroege uur. Als er wederom een loper richting de start rent, besluit de hele kudde mee te rennen 😀
De start
Een kwartier later heb ik een parkeerplekje. Met nog 10 minuten te gaan loop ik naar de start en doe snel wat oefeningen om op te warmen. Tijdens de pre-race peptalk wordt er gezegd dat het parcours een paar behoorlijk technische stukken bevat. Ik ben benieuwd. Ook wordt er uitgelegd dat we een ‘rolling start’ gaan krijgen. Hierbij start je telkens in groepjes van zo’n 15 personen. Je moet dus even wachten voordat je kunt starten, maar je zit niet de eerste kilometers in een colonne. Ik vind het een prima oplossing!

Na een minuut of 2-3 is het al mijn beurt om te starten. In een rustig drafje loop ik het terrein af, steek de weg over en schiet meteen de eerste onverharde weg op. Ondanks het vroege tijdstip is het al aardig warm; een graadje of 16. Het zweet breekt me al snel uit. Niet zozeer vanwege de temperatuur of het parcours, maar de hoge luchtvochtigheid. Het is zaak om vandaag heel veel te drinken.
Stokken
Voor deze race heb ik het hoogteprofiel wat beter bekeken dan ik normaliter doe. Dit om in te schatten of ik stokken nodig heb en zo ja, wanneer. De eerste 10K zijn er een paar klimmetjes die niet al te heftig lijken. De volgende 10K lijken redelijk ‘vlak’. Pas vanaf 23K gaat er echt iets gebeuren. Rond die tijd moet ik ook de 2e van de in totaal 4 verzorgingsposten tegenkomen. Dat lijkt me een mooi moment om mijn stokken tevoorschijn te halen.

Niet dat dit nu zoveel werk is. Zeker niet omdat ik een ‘quiver‘ heb. Ik worstel alleen nog een beetje met de timing. Soms heb ik ze net opgeborgen en kom ik toch weer een stuk tegen waarbij ze van pas hadden kunnen komen. Andere keren ben ik aan het klimmen en denk ik dat het de moeite niet is om ze te pakken, maar ben ik 5 minuten later nog steeds aan het klimmen. Het idee is vandaag om ze één keer te pakken en daarna niet meer opbergen. Eens kijken hoe dat bevalt.

De klimmetjes op de eerste 23K vallen op één na inderdaad best mee. Sinds een maand of 2 heb ik een coach die o.a. mijn trainingsschema’s samenstelt. Daar zit behoorlijk wat kracht- en heuveltraining bij. Iets wat ik voorheen (veel) te weinig deed. Ik merk nu al een groot verschil! Ik ga vlot de heuvels op en kom boven opvallend fris aan. Gaaf!!!
Kabouter vs spoken
Zoals ik in mijn intro al aangaf, is dit parcours niet echt vergelijkbaar met de Chouffe trail. Ze liggen bij elkaar in de buurt, maar overlappen niet. In de onderstaande afbeeldingen is dat goed te zien door een denkbeeldige lijn te trekken van Nadrin naar Engreux.


De Chouffe trail gaat met enige regelmaat door een dorpje, tussen weilanden door en over redelijk verharde wegen. Het parcours van vandaag doet dat vrijwel niet. Het is één grote aaneenschakeling van singletracks langs de oevers van de Ourthe en door de bossen eromheen. Inhalen is op een hoop stukken niet mogelijk. Soms ontbreekt het pad in zijn geheel en wijzen alleen de pijlen en GPS ons in de goede richting. Af en toe lopen we over een open vlakte, maar meestal in de beschutting van de bossen. Dat is overigens heel welkom op een dag als vandaag. De temperatuur klimt in rap tempo door naar de 26 graden. Het enige voordeel wat dat biedt, is dat de luchtvochtigheid iets minder wordt. Hoe dan ook blijft veel zweten één van de thema’s van vandaag.

Een ander verschil met de Chouffe trail, zijn de eerder aangekondigde technische stukken. Deze zijn inderdaad af en toe behoorlijk uitdagend! Steile afdalingen met heel weinig grip. Een enkele keer hangt er zelfs een touw, wat geen overbodige luxe is. Paden die geen echte paden zijn over losse, natte stenen of dwars door het bos. De vele smalle singletracks langs de Ourthe zijn smal, overgroeid en voorzien van gaten en uitstekende wortels. Het is echt zaak om heel goed op te letten. Ruimte om van de omgeving te genieten is er op die momenten niet. Op andere gelukkig wel. Wat is het hier prachtig. Groen, ongerept en stralend. Een waar genot. Het is jammer dat ik mijn GoPro niet heb meegenomen om al het moois vast te leggen, maar het was op veel stukken onverantwoord geweest om lopend te filmen.

De verzorging
De verzorgingsposten zijn goed uitgerust. Ik was even bang dat 4 misschien net iets te weinig was op een warme dag als vandaag. De combinatie van de 1L water die ik bij me draag tussen de posten en mezelf volgooien op de posten zelf werkt goed. Veel water en cola. Verder bananen, sinaasappels en wat chips. Tijdens het lopen eet ik gedroogde dadels en abrikozen, afgewisseld met Maurten gels en drinkmix. Bij één van de laatste posten ligt een tuinslang. Net als mijn medelopers maak ik daar dankbaar gebruik van door mezelf kletsnat te spuiten met het koude water. Als een verzopen hond ren ik weer het parcours op en kom tussen het ‘normale’ vakantievolk terecht. Die zullen wel denken 😀

De tweede post is op 28K. Daar gaan de stokken eruit. Iets later dus dan ik had gepland. Mijn benen geven aan dat het nu toch wel tijd wordt. De beklimmingen worden steeds steiler en langer. Daarnaast is de zon nu op volle kracht. De stokken zijn dus zeer welkom en ik berg ze dan ook niet meer op. Dat bevalt goed. Lopen met de stokken in mijn hand is eigenlijk alleen minder handig bij echt lastige afdalingen. Het grote voordeel is echter dat je ze ook gebruikt voor hele korte klimmetjes waarbij je normaliter niet de moeite zou nemen ze te pakken en uit te klappen. Alle kleine beetjes helpen.
Hardleers
Wat ik zie als een van mijn sterkere trailrunning skills, is hard kunnen en durven afdalen. Ik haal daar altijd behoorlijk wat mensen in die ik vaak ook niet meer terugzie. Vooral op de langere afdalingen. Vandaag lijk ik het echter een beetje te hebben overdreven. Of het nu alleen de afdalingen zijn, of ook de combinatie met de vlotte klimmetjes zonder stokken ga ik nog evalueren. Wat ik wel weet is dat het afdalen steeds minder leuk wordt. Enerzijds vanwege benen die flink vollopen en anderzijds vanwege voeten die steeds meer pijn beginnen te doen om onduidelijke reden. Blaren misschien? Dat zou raar zijn want ik heb nooit blaren. Vanaf een kilometer of 40 begint dit alles echt serieuze vormen aan te nemen. De pijn in mijn voeten kan ik nog grotendeels negeren. De pijn in mijn benen tijdens het afdalen helaas niet. Met enige regelmaat moet ik even stoppen en hurken voordat ik weer door kan lopen.

Hartstikke goed natuurlijk om weer eens wat nieuws uit te proberen, zoals vlot klimmen zonder stokken. Maar verstandige mensen doen dat in de tweede helft van de wedstrijd en niet de eerste. Ik bedenk me dit terwijl ik de berg afstrompel, gevolgd door een “ik leer het ook nooit”. Maar goed, ik heb er maar weer mee te dealen. Opeens bedenk ik me een techniek die ik onlangs heb geleerd. Een soort van downhill shuffle. Eén voet voor en de andere enigszins gedraaid erachter. De voorste gaat eerst, de achterste volgt, ze kruisen elkaar niet en blijven altijd onder je lichaam. Het werkt! Mijn benen lopen niet verder vol en ik kan in een redelijk tempo afdalen. Dat laatste ligt niet aan de techniek zelf, maar aan mijn gebrekkige beheersing ervan en uiteraard die benen die nog steeds niet echt blij zijn.
Bergaf is dus enigszins stuk. Bergop gaat nog steeds goed. De hellingen zijn inmiddels zo steil dat omhoog rennen sowieso uitgesloten is. Sommige stukken zijn zelfs zo steil dat ik medelijden heb met iedereen die geen stokken bij zich heeft. De stukjes rechtdoor gaan nog aardig. Af en toe even een pauze en een bedroevende topsnelheid, maar ik kom vooruit. Zo leg ik de laatste 10-15K af. Een goede mentale training.
Als ik de finish denk te naderen kom ik iemand van de organisatie tegen die mij motiveert met de woorden dat het echt nog maar een paar honderd meter is. Ik schroef het tempo nog even op en passeer de finish alsof er weinig aan de hand is. Althans, zo probeer ik het te laten lijken voor de finishfoto. De algehele vermoeidheid valt erg mee. Het zijn hoofdzakelijk mijn volgelopen benen en pijnlijke voeten die me parten hebben gespeeld.

“Oh shit!”
Terug op de hotelkamer neem ik de schade aan mijn voeten op. Die valt tegen. Mijn vriendin zegt “Oh shit!” en slaat haar hand voor haar mond. Het ziet er inderdaad niet erg fris uit. Ik zal je de details besparen, maar mijn voorvoeten bestaan vrijwel helemaal uit ieder één grote blaar. Een gerimpelde blaar. Waarschijnlijk omdat mijn voeten de gehele 8 uur dat ik heb gelopen continu nat zijn geweest. Nat van de combinatie warmte en luchtvochtigheid en van de twee rivieroversteken. Daarnaast heb ik nog verschillende kleinere blaren op mijn tenen. Om het af te maken is mijn rechter kleine teennagel ook nog eens blauw omdat deze bekneld zat.
Samengevat; ze doen flink zeer en ze zien er niet uit. Eerst maar even douchen. Het steekt en prikt aan alle kanten en ik kruip als een bejaarde de badkuip uit. Op bed laat ik mijn voeten drogen en overweeg mijn opties. Morgen lopen en mogelijk de boel echt stukmaken, met als gevolg dat mijn training de komende weken op een lager pitje staat? Of vandaag nog een keertje verstandig zijn en besluiten om morgen niet te starten?
Ik schiet tussen beide opties heen en weer. Mijn vriendin adviseert me niet te starten. Ik twijfel. Ik besluit mijn coach een appje te sturen en om advies te vragen. De kern van zijn reactie “Ga je voor kort of lang geluk?”. Die had ik even nodig. Als deze loop nu een van mijn lange termijn doelen was geweest, dan was ik zeker doorgegaan. Maar dit is een tussendoel op weg naar iets groters. Ik besluit morgen niet te starten.
Zondag
De volgende ochtend word ik voor 6 uur wakker na een goede nachtrust. Ik twijfel nog even of ik toch niet … Ik loop naar de WC (sorry, geen idee waarom het telkens hierover gaat) en kom tot de conclusie dat vandaag starten geen goed idee is. Mijn voeten voelen als strakgetrokken perkament. Als ik hier nog eens bijna 1400d+ mee moet gaan afleggen bij dezelfde temperatuur als gisteren, dan komt dat niet goed.
Gelukkig biedt dit allerlei nieuwe mogelijkheden. Zo kan ik nu wel gebruikmaken van het verrukkelijke ontbijt in ons hotel. Het levert ook een vrije dag op die we besluiten te besteden in Maastricht. Daarnaast moet ik niet vergeten dat ik gisteren gewoon heerlijk heb gelopen. Ook mijn eindpositie; 58e van de 261 valt me helemaal niet tegen.

Tot slot
Toevallig had ik een tijdje geleden het boek ‘Fixing your feet‘ besteld dat alleen maar over voetverzorging gaat. Specifiek over het voorkomen van blaren. Ik had er al wat tips uitgehaald, maar ga nu gericht op zoek naar manieren om dit te voorkomen. Ik vermoed dat ik te dikke sokken aanhad. Hierdoor bleven mijn voeten continu nat. Combineer dat met flinke, vlotte afdalingen en veel schuin aflopende singletracks, waardoor je de hele tijd wat schuift in je schoenen. Dunnere sokken zijn mogelijk al een deel van de oplossing. To be continued …

Verder lekker doortrainen met de hulp van Michel om nog sterkere benen te krijgen zodat ik ook na de 30K nog vlot door kan klimmen. De stokken gaan de volgende keer eerder uit de quiver. Zeker met de aankomende Bear trail met 83K en 2325d+. Daar zal ik mijn tempo echt weer wat moeten terugschroeven en zo efficiënt mogelijk proberen te lopen. Het blijft een leuk spelletje, die steeds langere afstanden met flink wat hoogtemeters 🙂